ECLI:NL:CBB:2003:AO1032
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor illegaal taxivervoer
Verzoeker verricht sinds 1999 taxivervoer zonder de vereiste vergunning en heeft ook geen aanvraag ingediend. Verweerder legde hem een last onder dwangsom op van € 20.000 per overtreding, met een maximum van € 200.000, om herhaling te voorkomen. Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening om toch taxivervoer te mogen verrichten in afwachting van het verkrijgen van een vergunning via een vennootschap.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen vergunning heeft en ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daarop aanspraak kan maken. Persoonlijke omstandigheden zoals het overlijden van zijn vriendin doen hieraan niet af. De last onder dwangsom is een handhavingsmaatregel die niet verder gaat dan het naleven van wettelijke voorschriften en is niet punitief van aard.
Hoewel verweerder bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom geen rekening hield met de persoonlijke situatie van verzoeker, is dit een bestuurlijke afweging die terughoudend wordt getoetst. Er is geen disproportionaliteit vastgesteld die onmiddellijke schorsing rechtvaardigt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.