ECLI:NL:CBB:2003:AO1038
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering toestemming compenserende tonnage binnenvaart
Appellante, eigenaar van het motortankschip Courage, verzocht de Minister van Verkeer en Waterstaat om toestemming om het schip als compenserende tonnage te beschouwen in het kader van de oud-voor-nieuw regeling van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot. De Minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat volgens hem geen besluit kon worden genomen zonder dat een order voor een nieuw schip was geplaatst of het schip daadwerkelijk in de vaart was gebracht.
Het College oordeelde dat de toestemming als bedoeld in de Europese Raadsverordening wel degelijk een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat de Minister ten onrechte een koppeling maakte tussen het verlenen van toestemming en het plaatsen van een order of het in de vaart brengen van een nieuw schip. De eerdere uitspraak van het College die de Minister aanvoerde was niet van toepassing vanwege een andere wettelijke regeling.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de schade afhankelijk is van het nieuwe besluit. De Minister werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen.