ECLI:NL:CBB:2003:AO1042
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing akkerbouwsubsidie wegens grove nalatigheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarbij haar aanvraag voor akkerbouwsubsidie over 2001 werd afgewezen vanwege het onterecht opgeven van een perceel dat niet aan de definitie van akkerland voldeed. Het College stelde vast dat verweerder ten onrechte de sanctie van opzettelijk onjuiste aangifte toepaste, maar dat sprake was van grove nalatigheid.
Het geschil betrof de vraag of het perceel in aanmerking kwam voor subsidie en of appellante terecht was uitgesloten van de regeling. Het College oordeelde dat verweerder de oude regeling ten onrechte toepaste zonder overgangsrecht, waardoor het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en vernietigd moest worden.
Tegelijkertijd werd vastgesteld dat appellante nalatig was omdat zij wist dat het perceel niet voldeed en toch subsidie aanvroeg. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom in stand. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten, maar niet in de kosten van aanvullend onderzoek dat appellante pas tijdens de beroepsprocedure overlegde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.