ECLI:NL:CBB:2003:AO1108
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing premieaanvraag vanwege ontbreken voederareaal en benutting veebezettingsruimte
Appellant diende een premieaanvraag in voor het aanhouden van 8 mannelijke runderen op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Verweerder wees deze aanvraag af omdat appellant geen voederareaal had opgegeven, terwijl het aantal melkkoeien reeds de maximaal toegestane veebezettingsruimte van 15 grootvee-eenheden (GVE) volledig benut.
Appellant had een aanvraagformulier ingediend waarbij hij wel subsidie voor mannelijke runderen had aangevinkt, maar geen percelen als voederareaal had opgegeven. Verweerder wees appellant bij brief op deze mogelijke tegenstrijdigheid en verzocht om een wijziging binnen 14 dagen, waarop appellant niet reageerde. Later werd de premieaanvraag afgewezen omdat geen sprake was van een manifeste fout die wijziging zou rechtvaardigen.
Appellant voerde aan dat het ontbreken van voederareaal per abuis was en dat hij niet bewust meer dan 15 GVE wilde benutten. Ook wees hij op onduidelijkheid door tegenstrijdige brieven van verweerder. Het College oordeelde dat appellant de voorwaarden kende en dat het niet reageren op de brief van verweerder betekende dat hij geen voederareaal wenste op te geven. De aanvraag kon daarom niet worden gewijzigd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de premieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een manifeste fout en de veebezettingsruimte volledig is benut.