ECLI:NL:CBB:2003:AO1110
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid aanvraag EG-steun akkerbouw wegens te late indiening
Appellante diende een aanvraag in voor de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen 2002, ondertekend op 12 mei 2002, maar het originele formulier werd pas op 29 juli 2002 ontvangen door verweerder. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de uiterste indieningsperiode die liep tot 15 mei 2002.
Appellante voerde aan dat het formulier tijdig was verzonden en verweerder had de antwoordenveloppe moeten bewaren om dit te kunnen aantonen. Het College oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van appellante was om de tijdige indiening te bewijzen, bijvoorbeeld door aangetekende verzending. Het ontbreken van de enveloppe en het feit dat het formulier pas op 29 juli werd afgestempeld, leidde tot de conclusie dat de aanvraag te laat was ingediend.
Het College stelde vast dat geen sprake was van overmacht of buitengewone omstandigheden zoals bedoeld in de relevante EG-verordening. Gezien het dwingendrechtelijke karakter van de regeling kon verweerder de aanvraag niet anders dan afwijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag voor EG-steun akkerbouw 2002 wordt ongegrond verklaard.