ECLI:NL:CBB:2003:AO1119
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing subsidieaanvraag dierlijke EG-premies wegens niet-tijdige indiening aanvraag oppervlakten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit waarbij zijn aanvragen om steun in het kader van de Regeling dierlijke EG-premies gedeeltelijk zijn afgewezen wegens het niet tijdig indienen van een aanvraag oppervlakten. Verweerder stelde dat geen aanvraag oppervlakten was ontvangen, waardoor het maximale aantal GVE werd vastgesteld op 15.
Appellant voerde aan dat hij de aanvraag op 10 mei 2001 per post had verzonden, ondersteund door verklaringen van derden die dit bevestigden. Verweerder stelde dat het regulier postverkeer niet als risicovol kon worden aangemerkt en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van tijdige indiening.
Het College oordeelde dat het op de aanvrager rust om tijdige indiening aan te tonen en dat de verklaringen onvoldoende objectief bewijs vormden. Het niet aangetekend verzenden van de aanvraag bracht het risico van niet-ontvangst voor appellant. Subsidiair stelde appellant dat het formulier 'Gebruik gewaspercelen opgave 2001' als basis voor de oppervlakte kon dienen, maar dit werd verworpen omdat de Regeling een uiterste indieningsdatum voor de aanvraag oppervlakten voorschrijft.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Het College achtte geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet heeft aangetoond dat de aanvraag oppervlakten tijdig is ingediend.