ECLI:NL:CBB:2003:AO1590
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing energie-investeringsaftrek wegens termijnoverschrijding
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin hun verzoek om een energie-verklaring op grond van artikel 3:42 Wet Pro IB 2001 werd afgewezen wegens overschrijding van de indieningstermijn van drie maanden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de investeringsverplichting voor een HR-frituurtoestel is aangegaan op 18 december 2001, de datum van ondertekening van de koopovereenkomst, of pas op 28 december 2001 toen de bankfinanciering werd goedgekeurd. Het College oordeelt dat de verplichting is aangegaan op 18 december 2001, omdat de koopovereenkomst definitief was ondanks de opschortende voorwaarde.
Appellanten stelden dat de termijnoverschrijding te wijten was aan hun voormalige boekhouder en dat zij niet tijdig konden indienen. Het College stelt dat fouten van een tussenpersoon voor rekening van appellanten komen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de energie-verklaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de energie-verklaring gehandhaafd wegens niet tijdige indiening.