ECLI:NL:CBB:2003:AO1593
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering vergunning voor kansspelautomaten in horecaonderneming
Appellant exploiteert een horecaonderneming bestaande uit een afhaal- en restaurantgedeelte en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt, aangezien het afhaalgedeelte niet voldoende was afgescheiden van het restaurantgedeelte.
Appellant voerde aan dat er sprake was van twee afzonderlijke lokaliteiten met een voldoende afscheiding, waardoor het restaurantgedeelte als hoogdrempelig zou moeten worden aangemerkt. Tevens stelde appellant dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat vergelijkbare gevallen wel vergunningen hadden gekregen.
Het College oordeelde dat de afscheiding slechts 1,20 meter hoog is en dat er een open verbinding is tussen de gedeelten, met één bedieningstoog die beide delen bedient. Hierdoor is het restaurantgedeelte geen besloten horecalokaliteit in de zin van de Drank- en Horecawet. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen gelijke gevallen waren aangetoond.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor twee kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.