ECLI:NL:CBB:2003:AO1784
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen heffing preventie runderziekten op grond van de Heffingsverordening PVV 2000
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Vee en Vlees waarin een heffing werd opgelegd op grond van de Heffingsverordening preventie runderziekten PVV 2000. De heffing betreft een bedrag per rund dat gehouden wordt, ongeacht het individuele profijt dat de ondernemer hiervan heeft.
De procedure omvatte een bezwaar en een hernieuwde heffing na intrekking van de eerste factuur. Appellant voerde aan dat de heffing onterecht is omdat niet wordt aangetoond welke diensten of goederen geleverd zijn, en dat het profijtbeginsel zou moeten gelden.
Het College oordeelde dat de heffing niet afhankelijk is van het individuele profijt van de ondernemer en dat het bestuur van het Productschap niet in strijd heeft gehandeld met hogere regels door de kosten te verdelen over alle rundveehouders. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat heffingen op grond van de Heffingsverordening PVV 2000 rechtsgeldig zijn zonder individuele profijtstoets.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing op grond van de Heffingsverordening preventie runderziekten PVV 2000 wordt ongegrond verklaard.