ECLI:NL:CBB:2003:AO1791
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking taxivervoervergunning wegens onjuiste feitelijke grondslag
Appellant, exploitant van een taxibedrijf, kreeg een vergunning voor taxivervoer die later werd ingetrokken door verweerder wegens het niet voldoen aan de eis van vakbekwaamheid. De intrekking was gebaseerd op het feit dat appellant niet zelf permanent en daadwerkelijk leiding zou geven aan het vervoer, zoals vereist volgens de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Appellant voerde aan dat er wel chauffeurs in dienst waren, wat het besluit van verweerder niet in aanmerking had genomen. Het College stelde vast dat het bestreden besluit uitging van een onjuiste feitelijke grondslag, namelijk dat appellant een eenmanszaak zonder chauffeurs was, terwijl er arbeidsovereenkomsten met chauffeurs waren gesloten.
Daarom oordeelde het College dat het besluit niet in stand kon blijven en vernietigde het. Verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit tot intrekking van de taxivervoervergunning en beveelt hernieuwde besluitvorming.