ECLI:NL:CBB:2003:AO1923
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking vergunning taxivervoer wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot intrekking van zijn vergunning voor het verrichten van taxivervoer, omdat hij niet tijdig voldeed aan de vakbekwaamheidseis zoals voorgeschreven in de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Het geschil draaide om de toepassing van de overgangsregeling voor historische vakbekwaamheid en de vraag of appellant meer tijd had moeten krijgen om het vereiste vakdiploma te behalen. Appellant verwees naar persoonlijke omstandigheden en stelde dat hij aanspraak kon maken op een vrijstelling op grond van historische vakbekwaamheid.
Het College oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij aan de voorwaarden van de overgangsregeling had voldaan, met name ontbrak een verklaring dat hij de afgelopen vijf jaar het dagelijks beheer van een taxionderneming had gevoerd. Daarnaast was appellant voldoende gewaarschuwd en had hij ruim de tijd gekregen om aan de vakbekwaamheidseis te voldoen. De persoonlijke omstandigheden boden geen grond voor uitstel.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de intrekking van de vergunning in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivervoervergunning wordt ongegrond verklaard.