ECLI:NL:CBB:2003:AO4293
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsgeval bij toekenning pluimveerechten wegens ontbreken milieuvergunning
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn aanvraag voor pluimveerechten op grond van een hardheidsgeval werd afgewezen. Het geschil betrof de toepassing van artikel 58k van de Meststoffenwet, dat een uitzondering regelt voor pluimveehouders die tussen 1994 en 1998 onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan met het oog op uitbreiding van hun bedrijf.
Appellant had in 1997 een melding gedaan op grond van artikel 8.19 van de Wet milieubeheer voor het houden van 2500 legkippen, maar geen milieuvergunning aangevraagd in de relevante periode. De Minister wees de aanvraag af omdat alleen milieuvergunningen, niet meldingen, als bewijs van onomkeerbare investeringen worden geaccepteerd.
Het College oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor harde criteria zoals milieuvergunningen en bouwvergunningen om rechtszekerheid te waarborgen. Een melding op grond van artikel 8.19 Wm kan niet gelijk worden gesteld aan een milieuvergunning en komt daarom niet in aanmerking voor het hardheidsgeval.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor pluimveerechten op grond van het hardheidsgeval bevestigd.