ECLI:NL:CBB:2004:AO2587
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Verweerder heeft bij besluit van 21 juni 2002 de vergunning van appellant voor het verrichten van taxivervoer ingetrokken omdat appellant niet voldeed aan de vakbekwaamheidseis die per 1 juli 2001 verplicht was gesteld. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 21 mei 2003 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelt dat appellant niet voldoet aan de wettelijke vakbekwaamheidseis zoals gesteld in artikel 28 van Pro het Besluit personenvervoer 2000. Hoewel appellant investeringen heeft gedaan en zich in schulden heeft gestoken, kan dit niet afdoen aan het feit dat hij niet aan de eis voldoet. Verweerder heeft de bevoegdheid de vergunning in te trekken en heeft appellant ruim de tijd gegeven om aan de eis te voldoen.
Appellants beroep op strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en onevenredigheid wordt verworpen. Het College stelt vast dat appellant voldoende was gewaarschuwd en dat het belang van handhaving van de regelgeving zwaarder weegt dan de persoonlijke omstandigheden van appellant. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard.