ECLI:NL:CBB:2004:AO2590
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar intrekking taxivergunning wegens termijnoverschrijding
Verweerder heeft bij besluit van 11 maart 2002 de vergunning van appellant voor taxivervoer ingetrokken met ingang van 11 juli 2002. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 16 mei 2003 niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan het langdurige verblijf van zijn gemachtigde in het buitenland, waardoor het bezwaar niet tijdig kon worden ingediend. Tevens stelde appellant dat het bezwaar ruim voor de intrekking van de vergunning was ontvangen en dat de lange duur van de bezwaarprocedure niet in zijn nadeel mocht werken.
Het College overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat appellant zelf een pro forma bezwaarschrift had kunnen indienen en de gronden later had kunnen aanvullen. Het verblijf van de gemachtigde in het buitenland vormde geen geldige belemmering. Ook het feit dat het bezwaar vóór de intrekking was ingediend, was niet relevant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van het bezwaarschrift.