ECLI:NL:CBB:2004:AO2594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.E. Doolaard
- R. Meijer
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens onvoldoende vakbekwaam leidinggeven door procuratiehouder
Verzoeker, een taxiondernemer, kreeg op 10 januari 2001 een vergunning voor taxivervoer toegekend op basis van de inbreng van een procuratiehouder (B) die vakbekwaam leiding zou geven. Verweerder trok deze vergunning in per besluit van 27 maart 2003, omdat uit onderzoek bleek dat B slechts ongeveer één uur per week leiding gaf, terwijl het contract minimaal één dag per week voorschreef.
Verzoeker stelde dat B wel degelijk permanent en inhoudelijk leiding gaf en dat de intrekking in strijd was met het vertrouwensbeginsel en overgangsbeleid. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verweerder bevoegd was de feitelijke situatie te toetsen en dat de discrepantie tussen contract en praktijk voldoende grond vormde voor intrekking.
De beleidsregel van 29 januari 2003 was niet van toepassing omdat de intrekking niet op die regel was gebaseerd. De voorzieningenrechter vond dat de vergunning terecht was ingetrokken omdat B niet voldeed aan het vakbekwaamheidsvereiste. Verzoekers beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.