ECLI:NL:CBB:2004:AO3296
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beslistermijn op bezwaarschriften over toelating niet-landbouwbestrijdingsmiddelen
Verzoeksters, houders van toelatingen voor niet-landbouwbestrijdingsmiddelen met koperoxide als werkzame stof, hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van verweerder die het gebruik van deze middelen beperken tot professionele schepen. Na vernietiging van een eerdere beslissing op bezwaar door het College, heeft verweerder nog niet opnieuw beslist. Verzoeksters vorderen een voorlopige voorziening om de beslistermijn af te dwingen en het verbruiksverbod op te heffen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft overschreden zonder instemming van verzoeksters. Hoewel verweerder aangeeft overleg te voeren met de Europese Commissie over de notificatie van een technisch voorschrift, vormt dit geen formeel beletsel voor het nemen van een beslissing. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder verplicht is binnen een redelijke termijn te beslissen.
Het verzoek om opheffing van het verbruiksverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en gebrek aan juridische grondslag. Wel wordt verweerder opgedragen uiterlijk binnen drie maanden na datum uitspraak te beslissen op de bezwaren. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeksters.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden te beslissen op de bezwaren van verzoeksters en wordt veroordeeld in de proceskosten.