ECLI:NL:CBB:2004:AO3795
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsregeling bij pluimveerechten wegens niet tijdig aangevraagde bouwvergunning
Appellante, exploitant van een agrarisch bedrijf, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat haar bezwaar tegen een afwijzing op grond van de Meststoffenwet ongegrond verklaarde. Het geschil betrof de toepassing van hardheidsgeval 1, een uitzondering op de berekening van pluimveerechten, die onder meer vereist dat in de periode van 1 januari 1994 tot en met 5 november 1998 zowel een milieu- als een bouwvergunning is aangevraagd.
Het College stelde vast dat appellante geen bouwvergunning had aangevraagd binnen de gestelde periode, waardoor zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 58k, eerste lid, aanhef en sub a, van de Meststoffenwet. Appellante voerde onder meer aan dat de omzetting van rechten 'kippen' naar 'pluimvee' strijdig zou zijn met de wet en grondwettelijke rechten, en dat er sprake was van onrechtvaardigheid en gebrek aan compensatie.
Het College verwierp deze argumenten, verwijzend naar het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro en eerdere jurisprudentie. Verder overwoog het College dat financiële compensatie niet verplicht is volgens het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het beroep werd ongegrond verklaard, en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig aanvragen van een bouwvergunning binnen de gestelde periode.