ECLI:NL:CBB:2004:AO3853
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing zoogkoeienpremie wegens niet tijdige vervanging oormerken
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van een zoogkoeienpremie ongegrond werd verklaard. De premieaanvraag betrof 68 zoogkoeien, waarvan bij controle bleek dat twee dieren slechts één oormerk hadden, terwijl vervangende oormerken aanwezig waren maar nog niet waren aangebracht.
Verweerder stelde dat de vervanging van verloren oormerken binnen drie dagen diende te geschieden en dat appellante bewust had gewacht op een geschikt moment, wat als normale ondernemingsbeslissing werd gezien. Appellante voerde aan dat de dieren verwilderd waren en het vangen en merken daardoor niet altijd mogelijk was, wat volgens haar overmacht opleverde.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom de termijn van drie dagen strikt toepasbaar was in deze specifieke situatie en dat er onvoldoende kennis was vergaard over de feitelijke omstandigheden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder dient opnieuw te beslissen.