ECLI:NL:CBB:2004:AO4261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing registratie diergeneesmiddelen Vlo-Tekenband wegens onvoldoende bewijs veiligheid mens
Beaphar B.V. stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij die de registratie van de diergeneesmiddelen Vlo-Tekenband Hond en Kat weigerden. De afwijzing was gebaseerd op onvoldoende bewijs dat de middelen geen gevaar voor de gezondheid van de mens opleveren, met name vanwege de sensibiliserende werking van het werkzame bestanddeel tetrachloorvinfos.
Tijdens de procedure bleek dat de door appellante gebruikte extractiemethode in de maximisatietest niet representatief was en de dosering te laag om de sensibiliserende potentie adequaat te beoordelen. Verweerder stelde dat de lange marktgeschiedenis en het ontbreken van gemelde bijwerkingen onvoldoende bewijs vormen dat het middel veilig is. Appellante voerde aan dat de middelen reeds lang op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet waren toegelaten en dat de test volgens ISO-richtlijnen was uitgevoerd.
Het College oordeelde dat verweerder terecht de registratieaanvragen heeft afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de vereisten van de Diergeneesmiddelenwet. De lange registratieduur en het ontbreken van klachten rechtvaardigen geen andere conclusie. Ook werd bevestigd dat de afwijzing niet gebaseerd was op carcinogeniteit. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van Beaphar B.V. tegen de afwijzing van de registratie van de vlooienbanden worden ongegrond verklaard.