ECLI:NL:CBB:2004:AO4708
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning taxivervoer wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Verweerder heeft bij besluit van 3 juli 2002 de vergunning van appellant voor het verrichten van taxivervoer ingetrokken wegens het niet voldoen aan de vakbekwaamheidseis die per 1 juli 2001 gold. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Tijdens de procedure heeft appellant aangevoerd dat hij door zijn lange ervaring in de vervoersbranche en persoonlijke omstandigheden, waaronder een taalbarrière en een rouwproces, niet in staat was de vereiste diploma's te behalen. Ook wees hij op de inspanningen van zijn partner om de vakbekwaamheid te behalen en de intentie om de onderneming als vennootschap onder firma voort te zetten.
Het College oordeelde dat appellant niet voldoet aan de wettelijke vakbekwaamheidseis zoals gesteld in artikel 28 van Pro het Besluit personenvervoer 2000. De praktijkervaring en persoonlijke omstandigheden kunnen niet worden gelijkgesteld met vakbekwaamheid. De intrekking van de vergunning is daarom terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivervoervergunning wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan de vakbekwaamheidseis.