ECLI:NL:CBB:2004:AO7057
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering extra pluimveerechten op grond van vervallen vergunning
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van 4 april 2003 waarbij verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde tegen de weigering om extra pluimveerechten toe te kennen. Dit besluit volgde op een eerdere uitspraak van het College van 28 november 2002.
Het geschil betreft de toepassing van hardheidsgeval 1 van artikel 58k, eerste lid, aanhef en onder a, van de Meststoffenwet en de vraag of een deel van de oude Hinderwetvergunning van appellant van rechtswege is vervallen. Appellant voerde aan dat de oude vergunning gedeeltelijk was vervallen, waardoor hij recht zou hebben op extra pluimveerechten.
Het College oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat een deel van de oude vergunning was vervallen. De aangevoerde diertellingkaarten en de verklaring van de gemeente boden geen voldoende bewijs. Omdat zowel de oude als de nieuwe vergunning betrekking hebben op hetzelfde aantal kippen (90.000), leidt dit niet tot extra pluimveerechten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde dat verweerder terecht het standpunt innam dat appellant geen extra pluimveerechten toekomen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt geen extra pluimveerechten toegekend.