ECLI:NL:CBB:2004:AO7058
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing hardheidsgeval 1 onder Meststoffenwet wegens ontbreken bouwvergunning
Appellant, exploitant van een agrarisch bedrijf, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin werd vastgesteld dat appellant niet in aanmerking kwam voor toepassing van hardheidsgeval 1 zoals bedoeld in artikel 58k van de Meststoffenwet. Dit hardheidsgeval vereist dat in de periode 1994-1998 een milieuvergunning en een bouwvergunning zijn aangevraagd of verleend voor uitbreiding van het pluimveerecht.
Appellant had wel een milieuvergunning, maar geen bouwvergunning aangevraagd omdat de verbouwing vergunningsvrij was. Verweerder handhaafde het besluit op grond van de strikte criteria in de wet. Het College oordeelde dat de wetgever bewust harde criteria heeft gesteld om rechtszekerheid te waarborgen en dat verweerder daarom terecht het beroep op hardheidsgeval 1 afwees.
Echter stelde het College vast dat appellant wel tijdig een melding had gedaan voor hardheidsgeval 1, maar dat dit ook geldt als aanmelding voor het onder b geregelde hardheidsgeval 2. Verweerder had dit moeten onderzoeken en meenemen in de besluitvorming. Door dit na te laten is het besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond is verklaard en het besluit vernietigd.
Het College draagt verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt appellant het betaalde griffierecht en proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met vergoeding van griffierecht en proceskosten.