ECLI:NL:CBB:2004:AO7722
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing subsidieaanvraag EG-steunverlening akkerbouwgewassen wegens niet voldoen aan definitie akkerland
Appellant diende een aanvraag in voor subsidie in het kader van de regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen. Verweerder wees de aanvraag gedeeltelijk af omdat twee percelen niet voldeden aan de definitie van akkerland, gebaseerd op satellietbeelden die aantoonden dat deze percelen in de referentieperiode 1987-1991 als blijvend grasland waren gebruikt.
Appellant voerde aan dat hij deze percelen in 1996 via een ruilverkaveling had verkregen en dat het gebruik als grasland door de ruilverkavelingscommissie was opgelegd, waardoor hij geen bewijs kon leveren van akkerbouwgebruik in de referentieperiode. Hij stelde dat verweerder het bewijs moest leveren en dat het vertrouwensbeginsel hem recht gaf op subsidie, omdat hij in voorgaande jaren wel steun had ontvangen.
Het College oordeelde dat het feitelijk gebruik in de referentieperiode leidend is voor de beoordeling en dat satellietbeelden aannemelijk maken dat de percelen niet als akkerland waren gebruikt. Appellant leverde onvoldoende tegenbewijs. Het beroep op artikel 4 van Pro de regeling, dat vervanging van akkerland mogelijk maakt, faalde omdat de ingebrachte percelen zelf niet als akkerland kwalificeerden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd eveneens verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de percelen niet voldoen aan de definitie van akkerland.