ECLI:NL:CBB:2004:AO9594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over misbruik machtspositie en leveringsweigering door HMG
In deze zaak stond centraal of HMG misbruik maakte van haar economische machtspositie door de levering van programmagegevens aan De Telegraaf te weigeren en/of een excessief hoge prijs te vragen. De rechtbank Rotterdam had geoordeeld dat de leveringsweigering niet langer bestond en dat de bewijslast voor een excessieve prijs bij de mededingingsautoriteit lag. Het College van Beroep bevestigt dit oordeel.
De directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) had eerder vastgesteld dat HMG een leveringsweigering toepaste, wat in strijd was met artikel 24 van Pro de Mededingingswet. Na waarschuwing van de NMa bood HMG aan te onderhandelen over redelijke tarieven, maar de onderhandelingen liepen spaak. De NMa handhaafde daarop een last onder dwangsom, die door de rechtbank werd vernietigd omdat er geen sprake meer was van een leveringsweigering en omdat de NMa onvoldoende had onderzocht of de tarieven excessief waren.
Het College oordeelt dat het aan de NMa was om te bewijzen dat de tarieven onredelijk hoog waren, maar dat zij dit niet heeft gedaan. Het College wijst het standpunt van de NMa af dat HMG de redelijkheid van haar tarieven moest aantonen. Het College bevestigt dat het opleggen van een last onder dwangsom alleen gerechtvaardigd is bij een actuele overtreding, niet op basis van een eerdere situatie. Het hoger beroep van de NMa wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat er geen misbruik van machtspositie door HMG is en verklaart het hoger beroep van de NMa ongegrond.