ECLI:NL:CBB:2004:AO9598
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen heffing Regeling tarieven I&R 2002 voor rundveehouderij
Verweerder heeft aan appellant een heffing opgelegd voor het jaar 2002 op grond van de Regeling tarieven I&R 2002, welke betrekking heeft op de identificatie en registratie van runderen. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de heffing, stellende dat het vaste tarief voor zijn melkrundveehouderij met 28 runderen te hoog is en dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden.
Het College overweegt dat de Regeling is vastgesteld ter uitvoering van Europese regelgeving en dat bezwaar en beroep tegen de Regeling zelf niet mogelijk zijn, maar dat toetsing aan hogere regelgeving en algemene rechtsbeginselen wel kan plaatsvinden. Het College constateert dat appellant geen feiten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de Regeling in strijd is met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen.
De toetsing aan algemene rechtsbeginselen vindt marginaal plaats vanwege de beleidsvrijheid van verweerder. Het College ziet geen willekeur in de Regeling, mede omdat deze een combinatie van vaste en variabele tarieven kent, waardoor rekening wordt gehouden met de omvang van de rundveehouderij. Het feit dat appellant een andere tariefverdeling rechtvaardiger acht, leidt niet tot het oordeel dat de Regeling onredelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing op grond van de Regeling tarieven I&R 2002 wordt ongegrond verklaard.