ECLI:NL:CBB:2004:AO9926
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen gedeeltelijke afwijzing subsidieaanvragen op grond van de EINP-regeling
N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg diende drie aanvragen in voor subsidie op grond van de Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren (EINP-regeling). De aanvragen betroffen investeringen in membraaninstallaties, frequentieregelaars en energiemonitoringssystemen. Verweerder wees de aanvragen deels af omdat deze voorzieningen niet meer voorkwamen op de energielijst van de gewijzigde EINP-regeling 2002, die van toepassing werd geacht.
Appellante voerde aan dat haar aanvragen beoordeeld hadden moeten worden op grond van de oorspronkelijke EINP-regeling 2001, omdat de aanvragen vóór de wijziging waren ingediend. Zij stelde dat de wijziging in strijd was met het verbod van willekeur, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Ook stelde zij dat de investeringen noodzakelijk waren en reeds waren verricht zonder zekerheid over subsidie.
Het College oordeelde dat de aanvragen na 10 februari 2002 waren ingediend en dat de gewijzigde regeling van toepassing was. De voorzieningen kwamen niet meer voor op de energielijst van de gewijzigde regeling, waardoor de aanvragen niet voor subsidie in aanmerking kwamen. Het beroep werd ongegrond verklaard, mede omdat appellante geen bijzondere nadelen had ondervonden en de investeringen noodzakelijk waren zonder garantie op subsidie.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar subsidieaanvragen wordt ongegrond verklaard.