ECLI:NL:CBB:2004:AP2129

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
10 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 03/614, 03/621 en 03/659
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.M. Wolters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 AwbArt. 8:29 AwbMededingingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over toestemming inzage stukken in hoger beroep Mededingingswet

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde op 10 juni 2004 hogerberoepen van Carglass B.V. en Glasgarage Rotterdam B.V. tegen een besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit. De procedure betrof een geschil over een besluit van de mededingingsautoriteit dat door appellanten werd aangevochten bij de rechtbank Rotterdam.

Tijdens de zitting van de rechtbank verleende Glasgarage Rotterdam B.V. toestemming voor inzage van bepaalde stukken die betrekking hadden op een gehanteerde 35%-korting. Het College moest vaststellen welke delen van het dossier onder deze toestemming vielen. Het College inventariseerde de relevante passages uit het dossier die door de mededingingsautoriteit waren overgelegd en die betrekking hadden op de 35%-korting.

Uiteindelijk stelde het College vast dat de toestemming van Glasgarage Rotterdam B.V. betrekking had op specifieke bijlagen en pagina’s binnen het dossier, zoals vermeld in de beschikking. Deze beslissing was noodzakelijk om de verdere behandeling van het hoger beroep mogelijk te maken en de processtukken correct te kunnen beoordelen.

Uitkomst: Het College stelt vast dat de toestemming voor inzage betrekking heeft op specifieke passages in het dossier over de 35%-korting.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
No. AWB 03/614, 03/621 en 03/659 10 juni 2004
9500 Mededingingswet
Beschikking ingevolge artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaken van:
1. Carglass B.V.,
gemachtigde: mr. C. Hamburger, advocaat te Laren,
2. Glasgarage Rotterdam B.V.,
gemachtigde: mr. drs. K.J. Defares, advocaat te Amsterdam,
3. de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit,
gemachtigde: mr. A.S.M.L. Prompers, werkzaam bij de Nederlandse mededingingsautoriteit,
elk appellante in hoger beroep tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 11 april 2003 in procedures tussen appellanten, alsmede partij die op de voet van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan het geding deelneemt in de beroepsprocedures van de overige twee appellanten.
1. Op 3, 4 en 17 juni 2003 heeft het College hogerberoepschriften ontvangen waarbij appellanten elk voor zich hoger beroep instellen tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam (hierna: de rechtbank).
Bij die uitspraak heeft de rechtbank beslist op beroepen van appellanten onder 1 en 2 tegen een besluit van appellante onder 3.
2. Ter zitting van de rechtbank heeft appellante onder 2 toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, Awb ten aanzien van de stukken die over de 35%-korting gaan. In het kader van het onderhavige geding dient te worden beoordeeld welke (delen van) stukken deze toestemming betreft.
Het College stelt vast dat van het dossier zoals dat door appellante onder 3 is overgelegd, en voorzover het niet betreft stukken waarvoor appellante onder 2 al bij brief van 6 januari 2003 toestemming had gegeven, de volgende passages betrekking hebben op de door appellante onder 1 gehanteerde 35%-korting:
- bijlage bij stuk 78, pagina 1 tot en met pagina 3;
- bijlage bij stuk 156, randnummers 17, 30, 46 en 47;
- bijlage bij stuk 163, pagina 1 tot en met halverwege pagina 4;
- bijlage bij stuk 165, pagina 1 tot en met halverwege pagina 4;
- bijlage bij stuk 168, pagina 1 tot en met halverwege pagina 4;
- bijlage bij stuk 194, pagina 1 tot en met paragraaf 2.1 op pagina 3;
- bijlage bij stuk 199, pagina 1 tot en met paragraaf 2.1 op pagina 3.
3. De beslissing
Het College stelt vast dat de door appellante onder 2 ter zitting van de rechtbank gegeven toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, Awb betrekking heeft op de hierboven onder 2 genoemde stukken.
Aldus gegeven op 10 juni 2004 door mr. C.M. Wolters, in tegenwoordigheid van mr. M.B.L. van der Weele, als griffier.
w.g. C.M. Wolters w.g. M.B.L. van der Weele