ECLI:NL:CBB:2004:AP4395
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- W.E. Doolaard
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over uitleg wettelijke verschuldigdheid anti-dumpingheffing in douanewetgeving
Appellante, Transport Maatschappij Traffic B.V., betwist de rechtmatigheid van een anti-dumpingheffing opgelegd door de Douane. Het geschil betreft de vraag of het bedrag van de heffing op het moment van betaling wettelijk verschuldigd was, zoals bedoeld in artikel 236 van Pro het Gemeenschappelijk Douanewetboek (CDW).
De zaak gaat over een uitnodiging tot betaling van 18 december 1997, waartegen appellante bezwaar maakte. De inspecteur was volgens appellante niet bevoegd om deze uitnodiging te doen, omdat het mandaat pas met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1998 was verleend. Het College oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek in de uitnodiging tot betaling geen grond kan zijn voor terugbetaling buiten bezwaar- en beroepsprocedures, en dat de vraag of rechten wettelijk verschuldigd zijn moet worden beoordeeld aan de hand van de ontstaansvoorwaarden van de douaneschuld in hoofdstuk 2 van Titel VII CDW.
Het College constateert dat de vraag of een bevoegdheidsgebrek kan leiden tot terugbetaling niet boven redelijke twijfel verheven is en verzoekt daarom het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële beslissing over de uitleg van artikel 236 CDW Pro. De uitspraak is gedaan op 28 mei 2004 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het College houdt de beslissing aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de uitleg van artikel 236 CDW.