ECLI:NL:CBB:2004:AQ4744
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging toelating bestrijdingsmiddelen op basis van maneb
Bij acht besluiten van 31 oktober 2003 heeft het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen de toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van de werkzame stof maneb verlengd tot 1 oktober 2008. Verzoeksters, milieuorganisaties, maakten bezwaar en vroegen om schorsing van deze besluiten via een voorlopige voorziening. Zij stelden dat de risico's voor mens en milieu onvoldoende waren onderzocht, met name de gezondheidsrisico's voor ongeborenen, de vervuiling van grondwater en de schadelijkheid voor waterorganismen.
Verweerder voerde aan dat de beoordeling is gebaseerd op de stand van de wetenschap en Europese regelgeving, waarbij onder meer de effecten op de schildklier en waterorganismen zijn onderzocht. De berekeningen van blootstelling aan maneb zijn volgens verweerder conservatief en de normoverschrijdingen blijken uit praktijkgegevens niet relevant. Ook is de toetsing van effecten op niet-doelwitorganismen adequaat met een waarschuwingszin.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters een voldoende spoedeisend belang hebben, maar dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende concreet en onderbouwd zijn om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het wetenschappelijke debat over de beoordeling van risico's kan niet in deze voorlopige fase worden beslecht. Er zijn geen aanwijzingen dat verweerder methoden heeft gebruikt die evident onjuist of achterhaald zijn. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de besluiten tot verlenging van de toelating van bestrijdingsmiddelen met maneb wordt afgewezen.