ECLI:NL:CBB:2004:AQ5930
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking vergunning taxivervoer wegens gebrekkige motivering
Appellant had een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die op 6 december 2002 werd ingetrokken door verweerder wegens het niet langer voldoen aan de eis van vakbekwaamheid binnen zijn onderneming. De intrekking volgde nadat de procuratiehouder, die de vakbekwaamheid inbracht, was opgestapt en appellant niet tijdig de benodigde documenten had aangeleverd.
Appellant voerde aan dat hij over voldoende ervaring beschikt en dat hij uitstel wenste voor het behalen van het vereiste diploma. Het College stelde vast dat het oorspronkelijke besluit van 16 mei 2001 waarin de vergunning werd verleend, geen voorwaarde bevatte dat uiterlijk 1 juli 2001 de vakbekwaamheid moest worden aangetoond, noch dat appellant de keuze had tussen zelf voldoen aan de vakbekwaamheid of het inbrengen daarvan door een leidinggevende.
Het College oordeelde dat het bestreden besluit tot intrekking van de vergunning onvoldoende is gemotiveerd en daarom in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de vergunning wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering.