ECLI:NL:CBB:2004:AQ5936
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vermindering premierechten vanwege onvoldoende benutting en veebezettingsruimte
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot vermindering van zijn premierechten in het kader van de Regeling dierlijke EG-premies. De vermindering was gebaseerd op het feit dat appellant minder dan 90% van zijn premierechten had benut en onvoldoende veebezettingsruimte had om alle zoogkoeienrechten te benutten.
Appellant had aanvankelijk aangegeven dat het aantal beschikbare grootvee-eenheden (GVE) eerst voor mannelijke runderen zou worden benut, maar wenste dit later te wijzigen ten gunste van zoogkoeien. Verweerder wees dit verzoek af omdat de wijziging na de eerste beslissing was ingediend en uit oogpunt van administratieve efficiëntie niet meer mogelijk was.
Het College oordeelde dat appellant tijdig op de hoogte was van de beperkte voederareaalregistratie en daarmee de gevolgen van zijn opgave had kunnen inschatten. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de regeling rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vermindering van de premierechten wordt ongegrond verklaard.