ECLI:NL:CBB:2004:AQ5937
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zoogkoeienpremie wegens overschrijding voederareaal en niet tijdige correctie aanvraag
Appellant had een aanvraag ingediend voor de zoogkoeienpremie voor het verkoopseizoen 2001, waarbij hij 114,75 hectare voederareaal had opgegeven. Later bleek dat een deel van dit areaal ook door een derde, de heer C, was opgegeven, wat leidde tot een overschrijding van meer dan 20% van de geconstateerde oppervlakte. Verweerder weigerde daarom de premie toe te kennen, mede omdat appellant zijn aanvraag niet tijdig had aangepast binnen de gestelde termijn.
Appellant voerde aan dat er sprake was van een manifeste fout en dat hij te goeder trouw handelde, aangezien hij niet op de hoogte was van de aanvraag van de heer C. Ook stelde hij dat de sanctie onevenredig was en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke gebruiksverhoudingen van het voederareaal.
Het College oordeelde dat de aanvraag geen manifeste fout bevatte en dat de wijziging van de aanvraag na de administratieve controle niet meer was toegestaan. De sanctie van volledige weigering van de premie bij een overschrijding van meer dan 20% is volgens het Europese Hof van Justitie niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, ook niet bij niet-opzettelijke fouten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de zoogkoeienpremie blijft gehandhaafd.