ECLI:NL:CBB:2004:AQ6179
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing premieaanvragen stieren wegens verwevenheid met maatschap
Appellant diende meerdere aanvragen in voor premies voor stieren over de verkoopseizoenen 2000 en 2001 op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Verweerder wees deze aanvragen af omdat werd geoordeeld dat appellant niet als zelfstandige producent kon worden aangemerkt, maar dat zijn activiteiten verweven waren met die van de maatschap waarin hij ook participeerde.
Appellant voerde aan dat hij een zelfstandig bedrijf exploiteerde, los van de maatschap, met eigen administratie, pachtcontracten en bedrijfsvoering. Hij stelde dat het melkquotum ten onrechte werd toegerekend aan zijn bedrijf en dat er geen sprake was van verwevenheid. Tevens stelde appellant dat hij te goeder trouw had gehandeld en vooraf advies had ingewonnen.
Het College oordeelde dat de feitelijke situatie bepalend is en concludeerde dat de bedrijfsactiviteiten van appellant zodanig verweven waren met die van de maatschap dat slechts sprake was van één bedrijf. Dit bleek uit het gebruik van gemeenschappelijke bedrijfsmiddelen, pacht van grond en opstallen van de maatschap, gezamenlijke opslag van maïs en de betrokkenheid van de vader van appellant bij de verzorging van de stieren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het College achtte de stellingen van appellant onvoldoende onderbouwd om het besluit te vernietigen, ook niet vanwege eerdere premieverleningen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet als zelfstandige producent wordt aangemerkt en de premieaanvragen terecht zijn afgewezen.