ECLI:NL:CBB:2004:AQ9881
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidieaanvragen akkerbouwsteun en toepassing artikel 9 Verordening
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van verweerder waarin zijn aanvragen voor akkerbouwsteun over de jaren 1999 en 2000 deels werden afgewezen. De kern van het geschil betreft de vraag of de aangevraagde percelen voldoen aan de definitie van akkerland zoals opgenomen in de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op satellietbeelden van de referentieperiode 1987-1991 waaruit bleek dat percelen 1 en 2 slechts gedeeltelijk als akkerland konden worden aangemerkt. Appellant voerde tegenbewijs aan met getuigenverklaringen en belastingaangiften, maar deze werden onvoldoende geacht om de conclusies uit de satellietbeelden te weerleggen.
Het College oordeelt dat verweerder de uitspraak van 17 januari 2002 correct heeft uitgevoerd door het bewijs van appellant mee te wegen, maar dat het aangeleverde bewijs onvoldoende is om de sanctie van artikel 9 van Pro de Verordening te voorkomen. Het beroep tegen het besluit van 25 april 2002 wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het besluit van 25 juni 2002 niet-ontvankelijk is verklaard vanwege het vervallen van het procesbelang.
De beslissing bevestigt dat appellant slechts aanspraak kan maken op subsidie voor de percelen die voldoen aan de definitie van akkerland, en dat het verschil tussen aangevraagde en geconstateerde oppervlakten leidt tot het vervallen van het recht op subsidie voor het betreffende jaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van subsidieaanvragen wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs dat percelen volledig voldoen aan de definitie van akkerland.