ECLI:NL:CBB:2004:AR2141
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar extensiveringsbedrag dierlijke EG-premies
Appellante had een aanvraag ingediend voor dierlijke EG-premies over 2002, waarbij zij het vakje voor het extensiveringsbedrag niet had aangekruist. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen het niet toekennen van dit bedrag niet-ontvankelijk omdat geen aanvraag was gedaan. Het College oordeelt dat het bezwaar wel ontvankelijk is omdat het zich richt tegen het besluit van 2 juni 2003.
Het College stelt vast dat de regelgeving vereist dat het extensiveringsbedrag apart moet worden aangevraagd in de steunaanvraag. Appellante heeft dit niet gedaan en verzocht pas na afloop van het premiejaar om wijziging, wat niet mogelijk was volgens de regeling. Een kennelijke fout kon niet worden aangenomen.
Het College vernietigt het bestreden besluit, verklaart het bezwaar ongegrond en treedt zelf in de zaak. Tevens veroordeelt het College verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar ongegrond verklaard; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.