ECLI:NL:CBB:2004:AR2359
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen concessiebesluit openbaar vervoer Oss
Verweerders hebben bij besluit van 4 mei 2004 Maaskant toestemming gegeven om gedurende één jaar het openbaar vervoer binnen de gemeentegrenzen van Oss te verrichten, met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000. Verzoeksters, de vakbonden FNV Bondgenoten en CNV Bedrijvenbond, maakten bezwaar en vroegen om schorsing van dit besluit omdat zij meenden dat de rechten van werknemers van de voormalige concessiehouder MTI niet correct werden gewaarborgd.
De zaak draait om de vraag of de concessie van MTI rechtsgeldig was vervallen en of de tijdelijke concessie aan Maaskant in overeenstemming is met de wet, met name de artikelen 36 tot en met 38 van de Wet personenvervoer 2000 die de overgang van concessies en werknemersrechten regelen. Verzoeksters betoogden dat het besluit onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met de belangen van werknemers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters mogelijk in een bodemprocedure als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, maar dat zij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat er een spoedeisend belang was voor schorsing. Verder was het niet zonder meer uitgesloten dat het standpunt van verweerders juist is dat de concessie van MTI van rechtswege was vervallen en dat toepassing van artikel 19, tweede lid, gerechtvaardigd was. Gezien het belang van continuïteit van het openbaar vervoer en de gevolgen van schorsing, wees de voorzieningenrechter het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om Maaskant tijdelijk het openbaar vervoer in Oss te laten verrichten is afgewezen.