ECLI:NL:CBB:2004:AR3089
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- M.A. van der Ham
- M.S. Hoppener
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Verzoeker, exploitant van een taxibedrijf, kreeg zijn vergunning ingetrokken omdat niet werd voldaan aan de eis van vakbekwaamheid zoals voorgeschreven in de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000. De vakbekwaamheid werd ingebracht door een procuratiehouder, C, die volgens het bestuursorgaan niet permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming.
Verzoeker stelde dat C wel degelijk betrokken was en dat zijn broer G inmiddels de vereiste diploma's had behaald om vakbekwaam leidinggevende te zijn. Echter, G was nog geen formeel aangewezen vakbekwame persoon binnen de onderneming en verzoeker had nog geen nieuwe vergunningaanvraag ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursorgaan terecht had geconcludeerd dat C niet voldeed aan de criteria van permanent en daadwerkelijk leidinggeven. De werkzaamheden van C waren beperkt tot advisering en incidentele aanwezigheid, wat onvoldoende is voor vakbekwaamheid. De belangen van de wet- en regelgeving wegen zwaarder dan de individuele belangen van verzoeker.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de intrekking van de vergunning gehandhaafd. Verzoeker werd geadviseerd zo spoedig mogelijk een nieuwe vergunningaanvraag in te dienen, zodra aan alle vereisten, waaronder de verklaring omtrent gedrag van G, was voldaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de intrekking van de taxivergunning gehandhaafd.