ECLI:NL:CBB:2004:AR3148
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing vergoeding kosten juridische bijstand in bezwaarprocedure
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij zijn verzoek om vergoeding van kosten voor juridische bijstand in een bezwaarprocedure werd afgewezen. Het geschil betreft de toepassing van artikel 7:15 Awb Pro en de overgangsregeling van artikel 8:75 Awb Pro in verband met een besluit dat vóór 12 maart 2002 is genomen.
De zaak betreft een tegemoetkoming in schade na een ruiming tijdens de mond- en klauwzeercrisis in 2001. Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van 28 juni 2001 en verzocht om vergoeding van de kosten van juridische bijstand. Verweerder wees dit verzoek af omdat het verzoek te laat was ingediend en omdat het oude recht (artikel 8:75 Awb Pro) van toepassing is, waarbij vergoeding slechts mogelijk is indien het primaire besluit tegen beter weten in onrechtmatig is genomen.
Het College oordeelt dat het oude artikel 8:75 Awb Pro van toepassing is, omdat het primaire besluit vóór de inwerkingtreding van de wijziging van de Awb is genomen. Het College stelt vast dat het besluit geen ernstige gebreken vertoont en dat appellant zelf heeft bijgedragen aan de onduidelijkheid over de toepasselijkheid van de Landbouwregeling. Daarom is geen vergoeding van de kosten gerechtvaardigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vergoeding van kosten juridische bijstand wordt ongegrond verklaard.