ECLI:NL:CBB:2004:AR3508
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vanwege onbekende aanvrager bij marktintroductieproject
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken om zijn subsidieaanvraag voor een marktintroductieproject in het kader van het Besluit subsidies energieprogramma's af te wijzen. De aanvraag betrof plaatsing van PV-systemen, maar deze zouden niet bij appellant zelf maar bij nog onbekende erfpachters worden geplaatst.
De Minister wees het bezwaar af omdat volgens artikel 1, sub i, van het Besluit de voorzieningen bij de aanvrager moeten worden getroffen en deze aanvrager op het moment van aanvraag bekend moet zijn. De toekomstige erfpachters waren onbekend en konden daarom niet als medeaanvragers worden aangemerkt. Het beroep spitste zich toe op de vraag of deze uitleg juist was en of de afwijzing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat de Minister terecht de aanvraag afwees omdat de definitie van marktintroductieproject vereist dat de voorzieningen bij de aanvrager worden getroffen en deze bekend moet zijn bij aanvraag. Het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat eerdere afwijkingen betrekking hadden op andere programma's met afwijkende uitvoeringsregelingen. Ook het betoog over advieswerkzaamheden werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geschil zich richtte op het project zelf.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigde hiermee de strikte toepassing van de subsidievoorwaarden en het belang van duidelijkheid over de aanvrager bij subsidieaanvragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.