ECLI:NL:CBB:2004:AR3515
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsgeval 1 onder de Meststoffenwet wegens ontbreken bouwvergunning
Appellant, exploitant van een agrarisch bedrijf, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin zijn verzoek om toepassing van hardheidsgeval 1 onder de Meststoffenwet werd afgewezen. Dit hardheidsgeval biedt een uitzondering voor pluimveehouders die tussen 1994 en 1998 onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan, waaronder het aanvragen van milieu- en bouwvergunningen.
De feiten wezen uit dat appellant wel een milieuvergunning had aangevraagd en verkregen, maar geen bouwvergunning had aangevraagd, hetgeen volgens de wet en parlementaire geschiedenis een harde voorwaarde is om voor het hardheidsgeval in aanmerking te komen. De gemeente had bevestigd dat voor de uitbreiding geen bouwvergunning nodig was.
Het College oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor strikte criteria om rechtszekerheid te waarborgen en dat het ontbreken van een bouwvergunning betekent dat appellant niet aan de voorwaarden voldoet. Het College stelde dat het niet bevoegd is om af te wijken van deze gebonden bevoegdheid of een belangenafweging te maken.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. H.C. Cusell op 5 oktober 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een bouwvergunning in de relevante periode.