ECLI:NL:CBB:2004:AR3521
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsgeval bij pluimveerechten wegens ontbreken bouwvergunning
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit waarin zijn bezwaar tegen een afwijzing op grond van de Meststoffenwet werd afgewezen. Het geschil betreft de toepassing van het hardheidsgeval 1 bij de vaststelling van pluimveerechten, waarbij appellant stelde in aanmerking te komen vanwege onomkeerbare investeringsverplichtingen.
De wetgeving schrijft voor dat voor het hardheidsgeval zowel een milieuvergunning als een bouwvergunning aangevraagd moeten zijn in de periode van 1 januari 1994 tot en met 5 november 1998. Appellant had wel een milieuvergunning aangevraagd, maar geen bouwvergunning in deze periode. De milieuvergunning werd pas in januari 1999 verleend.
Het College oordeelt dat de wetgever bewust strikte criteria heeft gesteld om rechtszekerheid te waarborgen en dat alleen aan die criteria getoetst mag worden. Omdat appellant niet voldeed aan de eis van een aangevraagde bouwvergunning binnen de gestelde periode, kan hij niet in aanmerking komen voor het hardheidsgeval. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. H.C. Cusell, in aanwezigheid van de griffier, en uitgesproken op 5 oktober 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een aangevraagde bouwvergunning in de vereiste periode.