ECLI:NL:CBB:2004:AR4452
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar wegens criminele antecedenten en integriteitsrisico
Appellanten verzochten om een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een besloten vennootschap. De Minister van Justitie weigerde deze verklaring op grond van criminele antecedenten en het gevaar dat de vennootschap voor ongeoorloofde doeleinden zou worden gebruikt.
De Minister baseerde zijn besluit op een dagvaarding tegen appellanten wegens valsheid in geschrifte en andere strafbare feiten gerelateerd aan de handelsactiviteiten die overeenkomen met de beoogde werkzaamheden van de vennootschap. Ondanks dat de voorlopige hechtenis van appellanten was opgeheven of geschorst, oordeelde de Minister dat dit geen reden was om de verklaring alsnog te verlenen.
Appellanten voerden onder meer aan dat de onderzoeks- en motiveringsplicht was geschonden en dat de rechter zich al had uitgesproken over de dagvaarding. Het College oordeelde echter dat de Minister voldoende onderzoek had verricht en dat de dagvaarding terecht als crimineel antecedent was meegewogen.
Het College stelde vast dat de financiële antecedenten niet doorslaggevend waren en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. De weigering van de verklaring van geen bezwaar was voldoende gemotiveerd en rechtmatig.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verklaring van geen bezwaar wordt geweigerd vanwege criminele antecedenten en integriteitsrisico.