ECLI:NL:CBB:2004:AR6480
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling registratieplicht onderneming onder Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
Appellante, een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen haar ambtshalve registratie door het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud. Het bedrijfschap had haar onderneming geregistreerd omdat zij werkzaamheden verricht die vallen onder de niet-constructieve afbouw, zoals het aanbrengen van plafond- en wandsystemen.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de activiteiten van appellante, waaronder het maatvoeren en stellen van houten profielen voor wanden, binnen de werkingssfeer van het bedrijfschap vallen. Het College oordeelde dat deze werkzaamheden, althans deels, niet-constructief zijn en dus onder het toepassingsgebied van het Instellingsbesluit vallen.
Appellante voerde aan dat zij als timmerman werkt en onder verantwoordelijkheid van aannemers opereert, waardoor registratie niet nodig zou zijn. Ook stelde zij dat er sprake is van rechtsongelijkheid en oneerlijke concurrentie vanwege buitenlandse bedrijven die niet geregistreerd hoeven te worden. Deze argumenten werden niet onderbouwd geacht en verworpen.
Het College concludeerde dat de registratie terecht is verricht en dat het beroep ongegrond is. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van het Hoofdbedrijfschap tot ambtshalve registratie van ondernemingen die niet-constructieve afbouwwerkzaamheden verrichten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de ambtshalve registratie is ongegrond verklaard.