ECLI:NL:CBB:2004:AR6914
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Intrekking aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten wegens laagdrempelige horeca-inrichting
Verzoekers exploiteren een horecagelegenheid waar zij een vergunning hadden voor het plaatsen van twee kansspelautomaten. De burgemeester van Rheden trok deze vergunning in omdat de inrichting niet als hoogdrempelig werd beschouwd, mede vanwege het voeren van een lunchkaart met kleine gerechten die een zelfstandige stroom bezoekers aantrekken.
Verzoekers betoogden dat de hoofdactiviteit het verstrekken van driecomponentenmaaltijden was en dat de lunchverstrekking niet van zodanige omvang was dat de inrichting als laagdrempelig moest worden aangemerkt. Zij stelden tevens dat de opbrengsten van de speelautomaten een wezenlijk deel van de omzet vormden en dat onmiddellijke intrekking onherstelbare financiële schade zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoekers niet zwaarwegend genoeg was om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. Daarnaast was voorshands aannemelijk dat de inrichting vanwege de lunchkaart en het aanbod van kleine gerechten een zelfstandige stroom bezoekers trok, waardoor de inrichting als laagdrempelig moest worden aangemerkt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunning voor kansspelautomaten werd afgewezen.