ECLI:NL:CBB:2004:AR6917
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing stierenpremie wegens onvoldoende veebezettingsruimte
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin haar aanvraag voor een stierenpremie op grond van de Regeling dierlijke EG-premies werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat zij voor het jaar 2002 geen voederareaal had geregistreerd, waardoor haar maximale veebezettingsruimte werd vastgesteld op 15 grootvee-eenheden (GVE).
Volgens de relevante EU-verordeningen moest eerst het aantal GVE worden afgetrokken dat overeenkomt met het aantal melkkoeien dat nodig is om het geregistreerde melkquotum te produceren. Appellante beschikte over een melkquotum dat een groter aantal GVE vereiste dan de beschikbare 15 GVE, waardoor geen ruimte resteerde voor de toe te kennen stierenpremie.
Appellante voerde aan dat haar aanvraag oppervlakten 2001 relevant zou zijn en dat het grootste deel van de aanhoudperiode vóór 1 april 2002 viel, maar het College oordeelde dat deze argumenten niet opgingen en dat onbekendheid met de regeling voor risico van appellante kwam. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van de stierenpremie wordt ongegrond verklaard.