ECLI:NL:CBB:2004:AR6920
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zoogkoeienpremie en vermindering premierechten wegens onderbenutting en ontbreken schriftelijke huurovereenkomst
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw om haar aanvraag zoogkoeienpremie voor 4 dieren af te wijzen en 2,2 premierechten te verminderen wegens onderbenutting in 2001. De Regeling dierlijke EG-premies en Europese verordeningen stellen dat zoogkoeienpremie alleen kan worden toegekend voor dieren die op het bedrijf van de aanvrager worden aangehouden, waarbij een schriftelijke huurovereenkomst vereist is voor bedrijfsgebouwen.
Feitelijk hield appellante haar dieren in een stal van een derde zonder schriftelijke huurovereenkomst, wat niet voldoet aan de voorwaarden. Ook was vastgesteld dat appellante in 2001 slechts 4 van haar 6,2 premierechten had benut, waardoor 2,2 rechten aan de nationale reserve moesten worden overgedragen. Appellante voerde overmacht aan vanwege gedwongen ontruiming in 1998 en onrechtmatig optreden van de Gezondheidsdienst, maar het College oordeelde dat deze omstandigheden niet rechtvaardigen dat de onderbenutting in 2001 werd genegeerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Regeling en Europese verordeningen omtrent zoogkoeienpremies en premierechten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de zoogkoeienpremie en vermindering van premierechten worden gehandhaafd.