ECLI:NL:CBB:2004:AR8155
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vaststelling TOK-krediet en achtergestelde leningen bij ontwikkelingsproject TMP
Appellante, een besloten vennootschap opgericht voor het verkrijgen van een TOK-krediet, stelde dat verweerder instemde met een financieringsconstructie waarbij kosten deels werden voldaan via achtergestelde leningen met diverse subcontractors en andere groepsvennootschappen. Verweerder erkende instemming met achtergestelde leningen slechts voor drie subcontractors (E, C en D), niet voor andere partijen zoals G en M.
Er werd een accountantsrapport van Ernst & Young overlegd dat correcties op de gedeclareerde kosten aanbeveelde, waaronder het elimineren van opslagkosten die de werkelijke kosten ver overschreden. Verweerder paste deze correcties toe en stelde het definitieve krediet vast op basis van daadwerkelijk gemaakte en betaalde kosten, conform de TOK-regeling.
Appellante voerde aan dat ook kosten via andere groepsvennootschappen als projectkosten moesten worden erkend en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door haar niet tijdig te informeren over correcties. Het College oordeelde dat de afspraken tussen partijen duidelijk waren en dat de constructie van achtergestelde leningen slechts voor de drie subcontractors was toegestaan. Kosten via andere partijen en opslagen werden terecht niet als projectkosten erkend. Ook werd geen onzorgvuldig handelen van verweerder vastgesteld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het besluit van 31 maart 2003 bevestigd en het terug te betalen bedrag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van 31 maart 2003 bevestigd met correcties op het vastgestelde TOK-krediet.