ECLI:NL:CBB:2004:AR8323
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds horeca
De Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Horecabedrijf (appellante) stelde verplichte deelneming van Stichting X in het pensioenfonds vast voor werknemers werkzaam in het horecagedeelte, met name het eetcafé. X had bezwaar gemaakt tegen het besluit tot verplichte deelneming en vrijstelling gevraagd. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
In hoger beroep stelde appellante dat verplichte deelneming niet afhangt van inschrijving bij het bedrijfschap maar van de inschrijvingsplicht, gebaseerd op de aard van de ondernemingsactiviteiten. Het College bevestigde deze uitleg, maar oordeelde dat appellante onvoldoende had onderzocht welke werknemers onder de verplichte deelneming vielen en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Ook werd het beleid van appellante inzake vrijstellingen als niet kennelijk onredelijk beoordeeld.
Het College vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bevestigde deze voor het overige, met de opdracht aan appellante binnen tien weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij zij rekening moet houden met de omvang van de groep werknemers, de arbeidsverhoudingen, opgebouwde pensioenaanspraken en overleg met pensioenuitvoerder PGGM. Het griffierecht werd opgelegd aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en appellante wordt opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.