ECLI:NL:CBB:2004:AR8835
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijdrageplicht handelsregister voor vennootschappen opgericht eind kalenderjaar
Appellant richtte op 30 december 2003 twee vennootschappen op die op 6 januari 2004 in het handelsregister werden ingeschreven. De Kamer van Koophandel bracht voor het kalenderjaar 2003 volledige bijdragen in rekening, wat appellant betwistte omdat de inschrijving in 2004 plaatsvond.
Het College overweegt dat de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken de bijdrageplicht legt bij ondernemingen die in een kalenderjaar of gedeelte daarvan in Nederland gevestigd zijn. De oprichtingsdatum aan het einde van 2003 maakt de vennootschappen derhalve bijdrageplichtig voor dat jaar. De wet biedt slechts differentiatie in hoogte van de bijdrage, niet in het tijdstip van oprichting binnen het jaar.
De hardheidsclausule in artikel 32, vijfde lid, die invordering kan beperken bij bijzondere gevallen van overmacht, is niet van toepassing omdat appellant geen overmachtsituatie heeft gesteld of bewezen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat verweerster niet gebonden is aan informatie van andere kamers van koophandel.
Hoewel appellant niet is gehoord over zijn bezwaar, leidt dit tot vernietiging van het besluit wegens motiveringsgebrek. Na vernietiging blijft het besluit echter in rechtsgevolg bestaan omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het griffierecht wordt vergoed.