ECLI:NL:CBB:2005:AS2347
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verval fabrieksquotum melk en zuivelproducten na niet-gebruik
Appellant had een fabrieksquotum van 8.805 kg melk dat is komen te vervallen omdat gedurende de heffingsperiode 2002/2003 geen melk of andere zuivelproducten zijn geleverd en het quotum niet was verhuurd. Verweerder heeft dit besluit genomen en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn leeftijd niet in staat was de productie te hervatten en dat hij het quotum had proberen te verhuren, maar dat de melkfabriek hiervoor geen belangstelling had. Hij stelde dat hij het quotum in het volgende seizoen weer had willen verhuren.
Het College oordeelde dat de Europese en nationale regelgeving duidelijk voorschrijven dat het quotum vervalt na twaalf maanden niet-gebruik zonder tijdelijke overdracht. De mogelijkheid tot heractivering bestaat alleen bij hervatting van de productie binnen negen maanden. De omstandigheden van appellant, waaronder zijn leeftijd en late informatie over het mislukken van de verhuur, bieden geen grond voor uitzondering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het verval van het fabrieksquotum wordt ongegrond verklaard.